Participatie begint op straat

In gesprek met Ank Braspenning, manager wijk bij De Posten


Voor Ank Braspenning is participatie veel meer dan informeren of een bijeenkomst organiseren. Als manager wijk bij zorgorganisatie De Posten in Enschede-Zuid staat voor haar één ding centraal: samen met bewoners en partners optrekken bij alles wat de wijk raakt. “Niet bedenken achter je bureau wat goed is voor een wijk, maar letterlijk naar buiten gaan en het gesprek voeren.”

 

Van zorgorganisatie naar wijkpartner

De Posten is een zorgorganisatie voor ouderen, met verpleeghuiszorg, revalidatiezorg, wijkverpleging en welzijnsactiviteiten. Vanuit haar rol is Ank verantwoordelijk voor onder andere de kortdurende zorg, wijkverpleging, vrijwilligers en welzijn. Maar wie met haar spreekt, merkt al snel dat haar blik verder reikt dan zorg alleen.

“Wij zijn van oorsprong een organisatie van en voor de wijk. Dat zit echt in ons DNA,” vertelt ze. “Onze medewerkers en vrijwilligers komen uit de wijk. En bij alles wat we doen vragen we ons af: in welke context staan we, wie wonen hier en wat hebben zij nodig?”

Die houding komt onder andere tot uiting in onze buurt De Posten, een samenwerking tussen De Posten, woningcorporatie Domijn en de gemeente Enschede. Samen werken zij onder andere aan de ontwikkeling van een nieuwe ontmoetingsplek in de wijk. De plannen bevinden zich nu in de ontwerpfase, maar bewoners zijn vanaf het begin betrokken.

 

Participatie is samen optrekken

Participatie betekent voor Ank iets anders dan communicatie. “Communicatie is vaak zenden. Participatie gaat over samen aan de slag gaan met vraagstukken die spelen in de wijk. Dat kan via klankbordgroepen of co-creatie, maar altijd met bewoners.”

Bij onze buurt De Posten was daarom vanaf de start helder: dit doen we niet voor, maar mét de wijk. “Alles wat we doen leggen we als het ware in het midden van de tafel. Wat heeft de gemiddelde wijkbewoner hieraan? Zijn zij echt betrokken?”

De eerste stap was simpel, maar veelzeggend. Jong en oud werd gevraagd: hoe zou deze wijk voor jou nog een stukje mooier worden? Die vraag vormde de basis voor het verdere proces.

 

Jong, oud en alles daartussen

Om echt een breed beeld op te halen, kiezen we bewust voor verschillende vormen van participatie. “Als je alleen een bijeenkomst organiseert, spreek je vaak dezelfde mensen. Wij willen juist ook jongeren, mensen die minder actief zijn en bewoners met verschillende culturele achtergronden bereiken.”

Dat betekent letterlijk de wijk in: op straat, bij het voetbalveld, bij het stembureau. “Door verschillende vormen te gebruiken, vergroot je de kans dat je een diverse groep spreekt.”

Opvallend is dat gesprekken nooit worden gevoerd vanuit één organisatie. “We gaan altijd samen op pad: gemeente, corporatie en zorgorganisatie. Dat zorgt voor een ander gesprek. Niet alleen over wonen of zorg, maar over iemands hele leven.”

Die gezamenlijke aanpak helpt ook om spanningen weg te nemen. “Soms komt iemand met een stapel papieren van de gemeente of een concreet probleem. Doordat je samen aan tafel zit, kun je de angel uit het gesprek halen en ruimte maken voor een breder gesprek.”

 

Verwachtingen managen met kleine stappen

Bewoners leven in het hier en nu, terwijl projecten en besluitvorming vaak jaren duren. Dat spanningsveld herkent Ank goed. “De kunst is om daar eerlijk over te zijn en toch te laten zien dat je luistert.”

Daarom werkt Onze Buurt Posten naast langetermijnplannen met een lijst van ‘quick wins’. Kleine, zichtbare verbeteringen die snel uitgevoerd kunnen worden. “In deze wijk kwam bijvoorbeeld de wens voor meer groen en bloemen sterk naar voren. Nog voordat er een compleet plan lag, hebben we een groenstrook ingezaaid met plukbloemen. Dat laat zien: we nemen jullie serieus.”

Volgens Ank heb je beide nodig: bewoners die willen meedenken op de lange termijn én bewoners die vooral nu iets willen. “Mensen jarenlang betrokken houden bij participatie is moeilijk, en dat snap ik ook. Juist daarom moet je blijven zoeken naar verschillende manieren om aan te haken.”

Een andere terugkerende uitdaging bij participatie is dat vooral mondige en actieve bewoners zich laten horen. “Elke wijk kent zijn ‘buurtburgemeesters’. Zij vertegenwoordigen een deel van de wijk, maar niet altijd het hele verhaal.” Juist daarom is het belangrijk om bewust op zoek te gaan naar andere stemmen.

 

Zorgzame buurten als gezamenlijke opgave

De ontwikkelingen rond zorgzame buurten sluiten volgens Ank naadloos aan bij waar De Posten al jaren aan werkt. “Wij kijken gebiedsgericht: welke woningen zijn er, wie wonen hier en wat ontbreekt er?”

In sommige buurten trekken jongeren weg omdat passende huisvesting ontbreekt. Door samen te werken, kan een woningcorporatie daar gerichter op inspelen. “Hoe beter mensen elkaar kennen, hoe groter de bereidheid om iets voor elkaar te doen. Dat is de basis van samenredzaamheid.”

Tot slot benadrukt Ank dat dit alles lef vraagt. “Ik krijg wel eens de vraag: waarom bemoei je je als zorgorganisatie met een speeltuin? Voor mij is het antwoord simpel. Als de wijk daar beter van wordt, doen we het.”

Volgens haar is het juist waardevol om over organisatiegrenzen heen te kijken. “Als het de volgende keer over zorg gaat, is het fijn als iemand van een andere organisatie meedenkt. Dat bredere perspectief maakt het gesprek beter.”

 

Tips voor organisaties die willen beginnen

Haar belangrijkste advies? “Begin bij de wijkbewoner. Ga naar buiten, ga op straat staan en doe dat niet één keer, maar blijf het gesprek herhalen. En: vorm een gelijkwaardige coalitie. Niet als losse partijen, maar samen. Je hebt elkaar nodig, in de wijk én aan tafel.”

Nieuwste blogs